Dagverslag woensdag 12 augustus. Reisdag 9.
Mijn naam is Ruth, ik ben 10 jaar oud en ik woon in Chaska. Ik schrijf jullie omdat ik zulke bijzondere weken doormaak. Laat ik eerst iets over ons gezin vertellen. Ik heb een vader, hij heet Joseph, hij is heel sterk en kan heel hard werken. Hij is heel goed in huizen bouwen, dat doet hij vaak. Mijn moeder heet Josephina, zij werkt vaak op het land, kookt elke dag twee of drie maaltijden voor ons, houdt ons huis schoon, maakt en wast onze kleren en doet een heleboel meer. Ook heb ik 3 broertjes. De oudste heet Herbert, hij is 8 jaar oud, de tweede heet Albert, hij is 6 jaar, en de jongste heet Daniel, hij is 4 jaar oud.
Vorige week is er iets heel bijzonders gebeurd. Er kwam een bus vol Mzungu aan in ons dorp. Ik had al wel eens eerder witte mensen gezien, maar Daniël niet. Hij kroop snel achter mama weg. Papa vertelde dat ze gingen helpen bij het bouwen van 2 huizen. Die zijn voor de nieuwe leraren van onze school. Papa en de andere mannen waren al begonnen met bouwen. De Mzungu gingen hun helpen. Ze zijn hier nu een week. Ik vind het hele drukke mensen, maar ze lachen wel veel. Ze proberen ook Tumbuka te spreken, maar dat klinkt voor geen meter. Ze doen leuke dingen voor mij en mijn klasgenoten. Ook kunnen ze goed voetballen. Op zondag in de kerkdienst probeerden ze te dansen, maar dat zag er niet uit.
Laat ik vertellen over gisteren, want dat was een hele bijzondere dag. Ik werd al om 4.30 uur wakker gemaakt door mijn moeder. Zij kookt elke dag voor de witte mensen. Ook vanochtend moest ze vroeg opstaan. Ik kon hierna niet meer slapen, dus ik bleef wakker tot het licht werd. Na dat Herbert en Albert ook wakker waren gingen we samen naar mama om te kijken hoe de pap gemaakt werd. Wat zag dat er heerlijk uit. We liepen langs mijn klaslokaal. Daar zat de groep witte mensen aan onze tafeltjes. We keken stiekem door het raam. In de de vensterbank stonden 48 flesjes saus. Waar ze die allemaal voor nodig hebben weet ik ook niet. Ook hoorden we een geluid. We keken opnieuw door een ander raampje. We zagen een man met een hoed op zijn hoofd muziek maken. De groep zong luid mee. Een mevrouw met zwart kort haar probeerde iets te zeggen, maar iedereen praatte door elkaar heen. ´Leren ze daar niet luisteren op school?´ vroeg Albert aan me. Daarna gingen ze eten. Een paar grote jongens schepten wel 2 keer pap op. Dat zou Herbert ook wel willen.
Na een tijdje kwamen ze naar buiten. Wij verstopten ons snel achter het muurtje en keken op een afstand toe. Ze gingen in groepjes zitten praten. Voordat ze begonnen kregen ze allemaal een kadootje. Wat zijn het toch een bofkonten.
Daarna renden we snel naar huis. Toen we thuis kwamen was Daniël ook wakker. Papa was al naar de bouw, dus wij aten met zijn vieren onze shima van gisteren op. We waren net klaar toen we gebonk op de deur hoorden. Het was Grace, die ons ophaalde om naar het kinderprogramma te gaan. Wat was dat weer leuk. Dit keer ging het over mijn lievelingsverhaal uit de bijbel, dat van Ruth. We hebben mooie armbandjes gemaakt, ik had de kraaltjes in de kleuren roze, blauw en groen. Er werd een grappig toneelstukje gedaan en een spelletje dat ze Twister noemden. Ik was daar heel goed in. Maar weet je wat ik het allerleukste vond? Aan het einde kregen we 2 houten plankjes met touwen eraan, die we aan de bomen hingen. Dat had ik nog nooit gezien. De witte mensen noemden het schommels. Daar hebben Grace en ik tot het middageten op gespeeld.
Daarna moest ik snel naar huis. De shima stond al klaar. Onder het eten begon papa te vertellen. Hij had een vreemde ochtend op de bouw meegemaakt. Papa had eerder verteld dat hij dacht dat witte mensen heel hard werkten. Maar dat viel hem vanochtend tegen. Hij probeerde iemand te helpen op de bouw, maar dat kleine jongetje met oranje haar moest opeens naar de wc. Wat hem ook opviel was dat witte mensen van de kleur roze hielden. Ze droegen roze shirts, roze handschoenen. Maar het gekste van allemaal ook roze tuinbroeken. Zelfs de mannen. Het moet niet gekker worden. Later waren er 2 oude mannen. 1 was bijna net zo bruin was als wij en de ander had een kale kop. Zij probeerden, net als mama altijd doet, met water op hun hoofd te lopen. Dat ging helemaal mis.
´s Middags gingen Grace en ik de hele middag schommelen. Wat is dat leuk. We zagen 2 groepen witte mensen met onze leraren het dorp uit lopen. Grace zei nog ´Als dat elke middag zo gaat komen die 2 huizen nooit af.´ Later liepen we met zijn tweeën een rondje door het dorp. We liepen ook langs de bouw. De man met grijze haren die net zo bruin was als ons zat streng toe te kijken hoe iedereen werkte. Het zag er grappig uit. Uit 1 huis die gebouwd werd hoorden we veel gelach. We keken stiekem door het raam. Een blond meisje met een zonnebril op haar hoofd en een meisje met een bruine staart stonden erg te lachen. Bruce, de vader van Grace, vond dat niet zo grappig denk ik. Die stond er naast en lachte alsof hij kiespijn had. We gingen snel terug naar het sportveld om daar te voetballen met Herbert en Albert. Na een tijdje begon het te schemeren. Ik nam mijn broertjes snel mee naar huis.
Bij het avondeten aten we de restjes van de pasta van de witte mensen. Ik vond het zo lekker. Pasta met bonen, ik had het nog nooit gegeten, maar het smaakte prima. Veel beter dan die shima. Mama vertelde wat ze bij het eten koken had gehoord. De witte mensen die met onze leraressen het dorp uit liepen, waren op bezoek geweest bij tante Mary. Die had het een ongemakkelijk bezoek gevonden. Ze hadden heel veel vragen gesteld. Tante Mary had het moeilijk gevonden. Het ging over allerlei dingen, waar wij normaal niet over praten. Ook hadden ze graag het huis willen bekijken. Toen ze binnen kwamen, hadden ze geen woord meer gezegd. Daarna hadden ze een pakje koekjes gegeven. Ze noemden het stroopwafels. Mama vertelde dat tante Mary hun een kip had gegeven. Die moest eerst gevangen worden. Dat duurde een hele tijd. De witte mensen moesten erg lachen. Dat vond Tante Mary maar raar.
Na mijn heerlijke laatste hap bonen, werd er op de deur geklopt. Het was oom Andrew, hij was in het dorp, omdat de witte mensen hem gevraagd hadden kleren te maken. Hij zat met zijn vriend Daniël en 2 naaimachines in het kantoor van hoofdmeester Alfea. Hij vertelde dat hij de deal van zijn leven had gemaakt. De witte mensen hadden een heleboel kleren uitgezocht die oom Andrew moest maken. In Jenda waren de meest prachtige stoffen gekocht waar oom Andrew en zijn vriend shirts, broeken en rokken van gingen maken. Andrew vertelde dat hij de hele nacht zou gaan door werken. Later bleek dat hij gestoord werd door een lang meisje met een bruine knot. Zij was door het elektriciteitsdraad gelopen. Het draad was gebroken. Oom Andrew had geen licht meer gehad en kon niet meer verder werken. Hij was naar ons huis toegelopen om hier te gaan slapen. Ons huis was toen nog voller dan anders. Het was krap, maar ik was met een lach op mijn gezicht in slaap gevallen. Dromend over de mooie dag die voorbij was.
Lieve groetjes, Garbrich en Jitske
